In het nieuwe Maritiem Onderzoekscentrum in Oostende zullen de Vlaamse overheid, KU Leuven en UGent onderzoek verrichten naar de invloed van golven, getijden en wind op schepen en constructies in zee. Het innovatieve twee-in-ééncomplex heeft een immense sleeptank en een indrukwekkend golfbassin.
Het gebouwencomplex werd officieel geopend op 15 mei. Vlaanderen investeert ruim 30 miljoen euro in het Maritiem Onderzoekscentrum. De sleeptank is 174 meter lang en 20 meter breed. Het golfbassin is 30 op 30 meter. De testfaciliteiten moeten tegen 2021 operationeel zijn. Het Waterbouwkundig Laboratorium – een afdeling van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid – staat in voor de installatie van de sleeptank. Stefan Geerts van het Laboratorium: “Alles moet nauwkeurig gebeuren om betrouwbare meetresultaten te garanderen. Dit wordt de eerste tank ter wereld waarin volautomatische manoeuvreerproeven kunnen worden uitgevoerd met scheepsmodellen tot 8 meter.”
De Vlaamse overheid, KU Leuven en UGent bundelen hun krachten in het nieuwe onderzoekscentrum. De universiteit van Gent wilde al enkele jaren een groot golfbassin realiseren. Tegelijk had het Waterbouwkundig Laboratorium nood aan een uitgebreidere testfaciliteit. “De huidige faciliteiten in Antwerpen waren al een jaar of tien te klein aan het worden”, licht Stefan Geerts toe. “De sleeptank van het Waterbouwkundig Laboratorium dateert van 1992 en werd in samenwerking met UGent gebouwd voor het testen van schepen met een lengte tot ongeveer 300 meter en een capaciteit van vijfduizend containers. Vandaag zijn er schepen met een capaciteit van 25.000 containers en een lengte van ruim 400 meter. De schaalmodellen die we in de onderzoeken gebruiken, moeten dus ook groter zijn.”
De ontwerpopdracht voor het Maritiem Onderzoekscentrum – met een strikt en ambitieus programma van eisen – werd in februari 2015 via openbare aanbesteding gegund aan signum+ architects en Tractebel Engie. De hal van de sleeptank is ongeveer 200 meter lang en de hal van de golfbak heeft overspanningen tot wel 40 meter. De gebouwstructuur werd volledig losgekoppeld van de betonkuipen van de sleeptank en de golfbak met behulp van een doorlopende structurele voeg. Trillingen op de omgeving, bijvoorbeeld door winddruk op de gevels, kunnen zo geen invloed hebben op de metingen. De gehele site is integraal toegankelijk. “Het was een aanpassing om gebouwen te bedenken die niet alleen toegankelijk zijn voor mensen met een beperkte mobiliteit, maar ook voor scheepsmodellen met lengtes tot 8 meter”, zegt architect Ruben Beeuwsaert.
Door de grote open wateroppervlakken binnen de hallen van de sleeptank en het golfbassin is er sprake van een specifieke vochthuishouding. Om onderzoek op laboratoriumniveau mogelijk te maken, gelden bovendien zeer strenge eisen qua temperatuur en vochtigheidsgraad.
Voor de beheersing van het binnenklimaat werd het gebouw voorzien van voldoende thermische massa. Bij het ontwerp en de realisatie van de gebouwschil was er veel aandacht voor de luchtdichtheid en damphuishouding. “Een recent uitgevoerde luchtdichtheidstest heeft aangetoond dat deze inspanningen zeer effectief zijn geweest”, vult Beeuwsaert aan. Het gebouw werd ten slotte voorzien van zeer performante technische installaties die het binnenklimaat controleren en handhaven. Inclusief voortdurende monitoring en rapportering.
Het gebouwencomplex wordt gedefinieerd door enkele zeer grote volumes met volledig gesloten, blinde gevels. Het was een forse uitdaging om die volumes te integreren in de omgeving. Standaardgevelelementen in de buitenschil, die de link met menselijke schaal verraden, werden zo veel mogelijk weggelaten, waardoor het complex een eerder schaalloze, abstracte compositie van volumes vormt.
Het complex is opgetrokken in geprefabriceerd beton. Een esthetische én technische keuze. Het maakt grote overspanningen mogelijk, is niet vochtgevoelig en draagt bij tot de beheersing van het binnenklimaat. De architecten hebben ervoor gekozen om het gebouw te presenteren als een ‘compositie van betonnen dozen’. Elk gebouwdeel kreeg weliswaar een specifiek uitzicht.
Het facilitair gedeelte heeft een betonnen voorzetgevel die als een ruime, witte overjas over het blok valt. Het is een open, transparant gebouw, als tegengewicht voor de gesloten volumes van de sleeptank en de golfbak. De blinde achtergevel van de sleeptank wordt gekenmerkt door aluminium vinnen die een ritmisch spel genereren. Het volume van de scheepssimulator is dan weer bekleed met goudkleurige leitjes.