01:14
22-01-2018

Aansprakelijkheid en verjaring

Wanneer een eigenaar of bouwheer geconfronteerd wordt met gebreken in zijn gebouw, kan hij zich richten tot de aannemer(s), promotor/verkoper en de architect. Bouwheren die een vordering willen stellen, zullen allereerst moeten nagaan of het gaat om gebreken die de stabiliteit van het gebouw in het gedrang brengen, zichtbare gebreken waarover bij de voorlopige aanvaarding of oplevering een opmerking is gemaakt of verborgen gebreken die pas nadien aan het licht gekomen zijn. Deze bepaling is immers van belang om de rechtsgrond te bepalen waarop de vordering zal steunen, en dus ook de termijn waarbinnen de vordering kan of moet gesteld worden.

Wanneer het vastgestelde gebrek de stevigheid of de duurzaamheid van het gebouw in gevaar brengt, zijn artikels 1792 BW en 2270 BW van toepassing. Deze bepalen dat de vorderingen binnen de tien jaar moeten worden ingesteld. Deze termijn begint te lopen bij de voorlopige oplevering met aanvaarding, zowel wanneer het gebrek dan al werd opgemerkt en opgenomen in het pv, als wanneer het gebrek pas later is vastgesteld en dus niet in het pv staat. De tien jaar waarbinnen de vordering moet worden gesteld is een vervaltermijn en kan niet worden gestuit of geschorst. De vordering moet niet worden ingesteld binnen een nuttige termijn na ontdekking van het gebrek.

Voor gebreken die de stabiliteit niet in het gedrang brengen gelden andere bepalingen. Als de werken bij de voorlopige oplevering-aanvaarding een dergelijk gebrek vertonen en als daarover een voorbehoud is gemaakt op het pv, dan blijft de aannemer tien jaar verantwoordelijk, zij het krachtens de gewone regels van de contractuele aansprakelijkheid (art. 1146 e.v BW). Deze termijn is een verjaringstermijn conform artikel 2262bis en geen vervaltermijn, waardoor hij dus vatbaar is voor schorsing en stuiting. Dezelfde termijn geldt voor de verborgen gebreken die pas na aanvaarding aan het licht komen en waarvoor tegen aannemer en architect een vordering kan worden gesteld. De vordering moet tijdig na de ontdekking van het gebrek worden ingesteld.

Het is dus van het grootste belang dat de opdrachtgever bij het ontdekken van een gebrek snel uitmaakt over welk soort gebrek het gaat, zodat hij even snel kan uitmaken op welke wijze en binnen welke termijn hij zijn vordering moet stellen.

Tekst |  Hans Herbrant, Herbrant Partners Advocaten

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Lees ons « Privacy statement » voor nadere informatie.

Bouwen aan Vlaanderen partners