Beton
02:37
29-08-2017

Beton met esthetische eisen: een update

Het jaar 2016 bracht ons twee nieuwe normatieve documenten omtrent de esthetische eisen van beton. Het eerste, de PTV 21-601, verscheen in juni 2016 en heeft betrekking op prefabbeton. Het tweede, de prNBN B 15-007, ging in september naar openbaar onderzoek en heeft betrekking op ter plaatse gestort beton. Samen met deze normen werd eenduidig de terminologie vastgelegd. Tijd om eens de puntjes op de i te zetten en een en ander juist te kaderen.

In de bouwwereld bestaat een belangrijke begripsverwarring als het over de eisen voor esthetisch beton gaat en de benaming die gebruikt wordt. Daarom werd er bij de opstelling van beide normen erg veel aandacht besteed aan het correcte woordgebruik. De juiste terminologie is normatief vastgelegd. Door ze correct te gebruiken, zullen heel wat misverstanden voorkomen worden.

Terminologie
Eerst en vooral is er het architectonisch beton. Het zijn producten in geprefabriceerd beton waaraan de hoogste esthetische eisen gesteld worden. De eisen waaraan architectonisch beton moet voldoen, zijn vastgelegd in de PTV 21-601. Dit normatief document is vrij downloadbaar op de website van de vereniging FEBELARCH (www.febelarch.be). Voor alle duidelijkheid: architectonisch beton is altijd geprefabriceerd. In principe kan elk prefab product in een architectonisch betonvariante vervaardigd worden, maar meestal gaat het over gevelelementen en balkons.

Vervolgens hebben we zichtbeton. Dit is ter plaatse gestort beton waaraan esthetische eisen gesteld worden. De norm waarin de eisen vastgelegd zijn, is de prNBN B 15-007. Deze bevat de definities en de eisen voor de classificatie van de soorten zichtbeton – voor de klassen met betrekking tot textuur, tot aantal en grootte van luchtbellen, tot de homogeniteit van de tint en tot de vormtolerantie en voor de zichtbetonklassen. Deze norm is niet van toepassing op geprefabriceerd beton en gepolierde vloeren. Zichtbeton is bijgevolg altijd ter plaatse gestort.

Beton
In principe kan elk prefab product in een architectonisch betonvariante vervaardigd worden, maar meestal gaat het over gevelelementen en balkons.

Momenteel niet normatief vastgelegd, is wat we het industrieel sierbeton noemen. Dit gaat om geprefabriceerde gevelpanelen die in principe bedoeld zijn voor de bouw van industrie- en agrarische gebouwen, maar waar toch minimale esthetische eisen aan gesteld worden. We zien ze ook toegepast worden voor kantoren, scholen en af en toe eens een woning. Hopelijk krijgen deze gevelpanelen in de loop van het jaar 2017 hun eigen normatief kader. FEBE kan in afwachting wel een voorbeeldbestektekst aanleveren voor gevelpanelen in industrieel sierbeton.

Verschillen en overeenkomsten
Architectonisch beton en industrieel sierbeton hebben eigenlijk maar één eigenschap gemeen: ze worden beiden geprefabriceerd. Het grote verschil zit hem in de manier waarop ze vervaardigd worden, en dat heeft vooral te maken met de bekistingsmal. Industrieel sierbeton wordt gegoten op grote metalen tafels, waarbij de afmetingen en raamopening begrensd worden door de plaatsing van tussenschotten. Op één tafel worden tegelijkertijd meerdere wandelementen voorbereid en gestort. Het architectonisch beton wordt gegoten in houten mallen die als een meubelstuk vervaardigd worden en die – indien de gewenste afwerkingsgraad het vereist – zelfs tot driemaal toe gecoat worden. Hieruit volgt dat de eisen met betrekking tot toleranties op kleuren, afmetingen en luchtbellen heel wat hoger liggen bij architectonisch beton. Het verschil wordt vooral duidelijk als de elementen gemonteerd worden tot een groter geheel, bijvoorbeeld in een gevel waarvan de voegen mooier op elkaar aansluiten. De keuzemogelijkheden op het vlak van uitzicht, kleur, detaillering, bewerkingsmogelijkheden, enzovoort is groter bij architectonisch beton. De zorg en de personalisatiemogelijkheden maken het verschil, en dat weerspiegelt zich uiteraard ook in de kostprijs.

Beton
Zichtbeton is ter plaatse gestort beton waaraan esthetische eisen gesteld worden. Deze zijn vastgelegd in de prNBN B 15-007-norm.

PTV 21-601 vs. prNBN B 15-007
Beide normen voor esthetische eisen van beton zijn in concertatie met elkaar herzien (PTV 21-601 – architectonisch beton) en ontwikkeld (prNBN B 15-007 – zichtbeton). Oorspronkelijk was het de bedoeling om beide in één document te gieten, maar dat bleek niet haalbaar omdat de verschillen te groot zijn. Het is heel wat complexer om een goed zichtbeton te produceren op de werf dan architectonisch beton voor te schrijven. De norm zichtbeton beschrijft drie voorgedefinieerde klassen, terwijl er voor architectonisch beton slechts één geldt – de hoogste.

Wel zijn de toleranties tussen beide normen zo veel mogelijk gelijkgesteld en worden dezelfde tools gebruikt voor het nazicht van de kwaliteit. Beide normen delen dezelfde, speciaal voor de Belgische situatie ontwikkelde, BE-grijsschaal (te verkrijgen bij PROBETON). Deze schaal telt zeventien grijstinten die het mogelijk maken om de verhoogde eis voor de kleurtolerantie van architectonisch beton van DeltaE=7.5 te controleren. Anderzijds maakt de zichtbetonnorm gebruik van een digitale methode om de tolerantie op de luchtbellen na te kijken, waar de PTV het bij de CIB-luchtbelschaal houdt.

Het vervolgartikel in de volgende editie gaat dieper in op de PTV 21-601- norm.

Tekst en beeld | FEBE

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Lees ons « Privacy statement » voor nadere informatie.

Bouwen aan Vlaanderen partners

Sweco BelgiumTotaalstation