03:12
15-03-2019

Column | Recht van spreken – De bestuurdersaansprakelijkheid

Wanneer een vennootschap failliet gaat, kunnen de schuldeisers een aangifte van schuldvordering indienen. In de meeste faillissementen is dit echter niet meer dan een druppel op een hete plaat en blijven de schuldeisers met lege handen achter.  Deze schuldeisers kunnen zich echter ook tot de bestuurders van een vennootschap wenden. Bestuurders van een vennootschap riskeren immers een eigen aansprakelijkheid voor handelingen die zij als bestuurder van een rechtspersoon hebben verricht of juist hebben nagelaten te verrichten.

Onder bestuurders verstaat men de leden van de raad van bestuur, van het directiecomité en de afgevaardigden tot het bestuur.

Deze bestuurdersaansprakelijkheid wordt geregeld in het Wetboek van Vennootschap en omvat verschillende vormen en gronden van aansprakelijkheid.

Niet elke ongelukkige beslissing zal evenwel leiden tot een bestuurdersaansprakelijkheid. Dit zou het besturen van een vennootschap onmogelijk maken. Het zal steeds de rechtbank zijn die oordeelt of een bepaalde handeling in hoofde van de bestuurder een aansprakelijkheid met zich meebrengt. De rechter zal zich in deze beoordeling moeten terugplaatsen naar het tijdstip van deze beslissing en kan enkel maar rekening houden met de informatie waarover de bestuurder beschikte of diende te beschikken.

Wanneer de rechter echter oordeelt dat een bestuurder een fout heeft gemaakt, waardoor het faillissement van de vennootschap werd veroorzaakt, dan zal deze bestuurder moeten instaan voor de schade die door deze bestuurdersfout is veroorzaakt. In geval van een faillissement zal deze schade dan bestaan uit het passief van het faillissement. Dit betreft een zuivere toepassing van het aansprakelijkheidsrecht en het ‘fout-schade-causaal verband’-principe.

De bestuurder van een vennootschap kan op verschillende gronden aansprakelijk worden gesteld.

A. DE GEWONE BESTUURSFOUT

De bestuurders van de vennootschap kunnen aansprakelijk worden gesteld wegens de gewone bestuursfout, die bestaat indien de bestuurder zijn opdracht niet naar behoren uitvoert of zelfs helemaal niet uitvoert.

De rechter dient het handelen van de bestuurder te vergelijken met wat de bekwame, zorgvuldige en diligente bestuurder in dezelfde omstandigheden zou hebben gedaan.

Deze gewone bestuursfout kan bestaan uit het langdurig voortzetten van een verlieslatende activiteit of een eenvoudige overtreding van de vennootschapswetgeving.

B. OVERTREDING VENNOOTSCHAPSWETGEVING
OF DE STATUTEN

Het Wetboek van vennootschappen bepaalt dat de bestuurders – hetzij jegens de vennootschap, hetzij jegens derden – hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle schade die het gevolg is van een overtreding van de bepalingen van dit wetboek of de statuten van de vennootschap.

In het bijzonder kan hierbij worden verwezen naar de alarmbelprocedure.  Wanneer is vastgesteld dat het netto-actief van de vennootschap gezakt is tot onder de helft of onder een vierde van het maatschappelijke kapitaal, dan is het bestuursorgaan verplicht om een bijzonder verslag op te stellen, meer nog om binnen de twee maanden de algemene vergadering samen te roepen om over het voortbestaan van de vennootschap en over eventuele herstelmaatregelen te beslissen.

Het behoort immers tot de taak van de bestuurders om financiële problemen tijdig te detecteren en zich te bezinnen over de toekomst van een verlieslatende vennootschap.

Dit betreft een resultaatsverbintenis. Wanneer de alarmbelprocedure niet wordt toegepast, is de fout in hoofde van de bestuurder dus reeds bewezen.

Het Hof van Cassatie aanvaardt in vaste rechtspraak bovendien dat er een oorzakelijk verband wordt geacht te bestaan tussen een inbreuk op de alarmbelprocedure en een later faillissement. Het Hof van Cassatie beroept zich hierbij op het vermoeden dat de algemene vergadering tot ontbinding zou beslist hebben indien de alarmbelprocedure zou zijn nageleefd. De bestuurder kan dit vermoeden wel steeds weerleggen.

Wanneer de bestuurder er niet in slaagt om dit vermoeden te weerleggen, dan betekent dit voor de schuldeisers dat de deur openstaat voor vergoeding van de schade die zij hebben geleden, want de fout en de oorzaak staan vast.

Een tweede ‘klassieker’ waardoor de bestuurder aansprakelijk kan worden gesteld, betreft het aanwenden van vennootschapsmiddelen voor andere doeleinden dan het maatschappelijk doel, in het bijzonder in het persoonlijk voordeel van de bestuurders.  Het is evident dat de bestuurder aansprakelijkheid draagt indien hij de vennootschap hierdoor in financiële moeilijkheden brengt, met een faillissement tot gevolg.   

C. ONRECHTMATIG FINANCIEEL VOORDEEL

Wanneer de belangen van een bestuurder conflicteren met de belangen van de vennootschap die hij bestuurt, bepaalt het Wetboek van Vennootschappen een procedure die moet worden gevolgd om misbruiken door de bestuurder in zijn persoonlijk voordeel te vermijden.

Wanneer de bestuurder nalaat om deze belangenconflictprocedure te volgen, dan voorziet het Wetboek van Vennootschappen ook in een aansprakelijkheidssanctie.

De bestuurders zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de schade geleden door de vennootschap of door derden wanneer de belangenconflictprocedure niet werd gevolgd en zij (of een van hen) daardoor een onrechtmatig financieel voordeel hebben verkregen ten nadele van de vennootschap.

De rechter zal in de beoordeling hiervan moeten nagaan of er een duidelijk onevenwicht bestaat tussen het voordeel van de bestuurder(s) en het nadeel voor de vennootschap.

D. KENNELIJK GROVE FOUT DIE LEIDT TOT HET FAILLISSEMENT

Het Wetboek van Vennootschappen bepaalt uitdrukkelijk dat de bestuurders bij het faillissement van een vennootschap – alsook alle andere personen die ten aanzien van de zaken van de vennootschap werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad –  persoonlijk en al dan niet hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden verklaard voor het geheel of een deel van de schulden van de vennootschap ten belope van het tekort, indien komt vast te staan dat een door hen begane, kennelijk grove fout heeft bijgedragen tot het faillissement.

Een gewone fout is in dit geval dus niet voldoende. Deze bestuurdersaansprakelijkheid vereist
een kennelijk grove fout, met name een manifeste fout die elk normaal zorgvuldig en omzichtig bestuurder niet zou hebben gemaakt, die daarnaast de essentiële normen van het dagelijkse leven en van de samenleving aantast en waarvan de bestuurder wist of moest weten dat ze schade zou veroorzaken.

Ook in dit geval zal enkel de rechter oordelen of de fout die aan een bestuurder ten laste wordt gelegd eveneens een kennelijk grove fout is.    

Tekst: Johan Van Hooreweghe, advocaat-vennoot B-Law advocatenkantoor
Beeld: Kurt Desplenter

Bouwen aan Vlaanderen partners

The One BrusselZoutman Roeselare