Kan de bouwsector het klimaat redden?

Erik Van den Broeck, partner bij BDO | Beeld: Medialounge

02:08
16-05-2019

De Pen | Erik Van den Broeck, partner bij BDO

Kan de bouwsector het klimaat redden?

Hoe gaan we de Europese klimaatdoelstelling 2030 halen qua reductie van broeikasgassen, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie? Dat is momenteel hét thema dat onder meer door de klimaatbrossers op de politieke agenda is gezet. De bouwsector en de toeleveranciers hebben zich al jaren geleden geëngageerd voor deze doelstellingen en zijn daarom prominente spelers in het debat! Een verlaging van het E-peil van woningen onder de E100 was tien jaar geleden nog zo goed als ondenkbaar, maar vandaag is de meerderheid van de bouwvergunningen voor nieuwbouwwoningen E30 of lager, wat de grens is voor BEN-gebouwen.

De stap naar energieneutraal is niet meer veraf. Ook kantoren en andere bouwwerken worden dankzij nieuwe bouwtechnieken en innovatieve materialen steeds energiezuiniger of zijn zelfs nettoproducent van energie. Een bemoedigende trend, maar het E-peil blijft wel een resultante van een optelling van energieverbruik enerzijds en energieproductie of -besparing anderzijds. Dat houdt in dat er nog steeds CO2 wordt uitgestoten, en dus dragen ook energieneutrale gebouwen nog steeds bij tot de opwarming van de aarde.

In België worden jaarlijks pakweg 55.000 omgevingsvergunningen afgeleverd voor woningen en kantoren, waarvan een kleine meerderheid nieuwbouw en de rest renovatie. Het totale gebouwenbestand telt in ons land echter 4,6 miljoen stuks. Door een extra bevolkingstoename van 1,5 miljoen mensen tegen 2030 zijn er het volgende decennium nog eens 700.000 bijkomende woonunits nodig. Aan het huidige tempo vernieuwen we slechts 1% van ons gebouwbestand per jaar en zijn we dus nog honderd jaar bezig …

Het eenvoudig isoleren van daken is meestal een haalbare kaart en een ‘low hanging fruit’-maatregel, maar om de resterende stappen naar een E-peil richting BEN te zetten, zijn er meer doortastende ingrepen nodig. Investeringen om verdere E-peilverbeteringen te realiseren zijn structureler – denk maar aan het plaatsen van buitenmuurisolatie, een warmtepomp, superisolerend glas of het wegwerken van koudebruggen. Dergelijke structurele ingrepen in gebouwen van vijftien jaar en ouder zijn economisch gezien eigenlijk suboptimaal en slechts op een heel lange termijn rendabel te maken. Bovendien wordt er nog niet altijd rekening gehouden met de totale milieubalans van de gebruikte materialen – denk maar aan de grondstofkost, de niet-lokale productie en de daaraan verbonden logistieke kost en uitstoot, enzovoort. Alle bestaande woningen en kantoren omvormen tot energiezuinige gebouwen vergt dus een enorme macro-economische inspanning en lost het CO2-probleem nog niet op. Zijn we dan wel goed bezig?!

De overheid denk onder meer aan derdepartijfinanciering om een inhaalbeweging mogelijk te maken en de transitie naar energie-zuinige gebouwen te bevorderen. Ook voor het grote arsenaal aan overheidsgebouwen, waar de eigen BEN-doelstelling voor 2020 niet gehaald zal worden, wordt – onder meer door het VEB – onderzocht hoe ESCO (Energy Service Companies)- of EPC (Energieprestatie Contractor)-financiering een oplossing kan zijn.

Europa is goed voor 10% van de wereldwijde CO2-uitstoot. In België zijn woningen op zich goed voor 12% van de totale uitstoot, en de productie van elektriciteit en warmte voor 11%. Dit is meer dan de uitstoot van auto’s of vliegtuigen. Focussen op de meest vervuilende gebouwen is zeker aangewezen om quick wins te realiseren, maar de totale meerkost om op wereldschaal een marginale verbetering van de broeikasgasuitstoot te bewerkstelligen via de vernieuwing van oude gebouwen, is veel te hoog. Bij het stellen van de benodigde prioriteiten moeten we dus nagaan in welke mate we willen inzetten op renovatie …

Compacter wonen, dubbel- of deelgebruik, stedelijke verdichting en vergroening, verevening, gemeenschappelijke energieproductie, geo- en riothermie, circulaire materiaalconcepten, captatie van CO2 en andere gassen en hergebruik ervan in nieuwe grondstoffen, verduurzaming van de mobiliteit …: dit zijn wellicht concepten die wél rendabel kunnen zijn en die kunnen aanzetten tot een versnelling van de inhaalbeweging. Het marginale milieurendement van dergelijke investeringen is a priori economisch verantwoordbaar en zal ertoe leiden dat we alsnog onze klimaatdoelstellingen kunnen halen en dat we zelfs nog ambitieuzer mogen zijn. De rol van de bouwsector en ontwikkelaars in het uittekenen van deze visie is cruciaal!    ζ

Bouwen aan Vlaanderen partners

Bopro