Platform voor de bouw
Signalisatie

Het psychologisch effect van wayfinding en signalisatie

picpussen-(5)
Een omgeving moet vlot ‘leesbaar’ zijn voor eindgebruikers, zodat ze haast intuïtief weten waarnaartoe.

Tekst | Tim Janssens

Beeld | Signburo, Karen Devriese

25 mei 2022 Leestijd 6 minuten

Deel dit artikel

Steeds meer bouwheren en architecten doen een beroep op specialisten uit verschillende vakgebieden om hun projecten te finetunen en te optimaliseren. Een interessant kennisdomein dat vrij nieuw is, is de omgevingspsychologie, die uitgaat van de premisse dat de bebouwde omgeving het gedrag en de ervaring van mensen beïnvloedt. Wayfinding en signalisatie spelen in dit opzicht een cruciale rol.

Het is zaak om een goede wayfindingstrategie uit te dokteren en ervoor te zorgen dat eindgebruikers zich vlot kunnen oriënteren in en rond een gebouw.

Hoe beleven wij mensen de omgeving? Hoe beïnvloedt de omgeving ons gedrag? Waar voelen we ons veilig en thuis? En waar niet? Hoe kan een omgeving wenselijk gedrag bevorderen of belemmeren? Het zijn vragen die centraal staan in de omgevingspsychologie, een wetenschappelijke discipline die vooral school maakt in Nederland en beetje bij beetje overwaait naar ons land. Omgevingspsychologen bestuderen de interactie tussen de bebouwde omgeving en de mens. In dat opzicht vormen ze een cruciale schakel tussen (interieur)architecten en eindgebruikers en kunnen ze van goudwaarde zijn voor vooruitstrevende bouwheren en ontwerpteams. Door een bepaalde omgeving te bekijken door de bril van de eindgebruikers – ongeacht of dat nu patiënten, bezoekers, bewoners, werknemers, leraars of leerlingen zijn – kunnen ze ervoor zorgen dat een bouwproject optimaal inspeelt op en tegemoetkomt aan de bestaande behoeften. Anticiperen op de mogelijke consequenties van ontwerpbeslissingen en zo mankementen, fouten en extra kosten vermijden: dat is de meerwaarde die omgevingspsychologen kunnen bieden.

De signalisatie moet afgestemd zijn op de verschillende doelstellingen van de eindgebruikers. Zoeken ze een specifieke locatie, willen ze een bepaalde route volgen of eerder een omgeving verkennen?

Cognitieve kaarten

Een aspect waar omgevingspsychologen erg veel belang aan hechten, is wayfinding. Mensen die hun weg zoeken in een onbekende ruimte kunnen stress ervaren en tijd verliezen, wat negatieve gevoelens kan opwekken (bijvoorbeeld jegens de persoon of organisatie die eigenaar is van een gebouw). Het is dan ook zaak om een goede wayfinding-strategie uit te dokteren en ervoor te zorgen dat eindgebruikers zich vlot kunnen oriënteren in en rond een gebouw. Omgevingspsychologen analyseren het denkproces en gedrag dat mensen vertonen om de weg te vinden. Deze laatsten maken daarbij gebruik van zogeheten ‘cognitieve kaarten’. Lees: ze proberen zich een voorstelling te maken van de manier waarop een ruimte is opgebouwd. Dit kan op een sequentiële wijze (de informatie is achter elkaar geordend en vormt dus een soort route) of een ruimtelijke wijze (een totaaloverzicht van een omgeving in vogelvlucht). Hoe accurater en gedetailleerder deze cognitieve kaarten, hoe beter mensen in staat zijn om de weg te vinden. 

De signalisatie moet bij voorkeur ook nog eens in het oog springen én in het architecturale plaatje passen.

Aandacht voor leesbaarheid

Uit psychologisch onderzoek blijkt dat oriëntatiepunten en fysieke wayfindingelementen essentieel zijn voor het invullen van cognitieve kaarten en navigatie in een (onbekende) ruimte. Kortom: een omgeving moet vlot ‘leesbaar’ zijn voor eind-gebruikers, zodat ze haast intuïtief weten waarnaartoe. Een goede wayfindingstrategie, die in de praktijk wordt gebracht via specifieke signalisatie zoals bewegwijzering, plattegronden of cijfers, helpt hierbij. Belangrijk: de signalisatie moet afgestemd zijn op de verschillende doelstellingen van de eindgebruikers. Zoeken ze een specifieke locatie zoals een toilet, willen ze een bepaalde route volgen of eerder een omgeving verkennen? Voor elk van deze doelstellingen zijn specifieke signalisatieoplossingen nodig, die bij voorkeur ook nog eens in het oog springen én in het architecturale plaatje passen. Bovendien moeten de verschillende ruimtes in een gebouw helder geordend zijn (belangrijke circulatieassen en oriëntatie-punten moeten bijvoorbeeld samenvallen met functionele scheidingen en beslissingspunten), vlot kunnen worden waargenomen (eindgebruikers moeten bijvoorbeeld meteen kunnen zien waar de ingang zich bevindt) en makkelijk van elkaar te onderscheiden zijn (eindgebruikers moeten bijvoorbeeld meteen het verschil tussen de bezoekers- en de personeelsingang kunnen zien). Kortom: wayfinding en signalisatie zijn zeker geen nattevingerwerk en zijn vaak veel complexer dan je denkt, hoewel het er idealiter erg eenvoudig en intuïtief uitziet. En het psychologische effect ervan is niet te onderschatten, zowel in positieve als negatieve zin …    

Nieuwsbrief

Meld u aan om nieuws & updates te ontvangen.

Contact

Pieter-Jan Vansteelandt

Projectmanager

Benieuwd naar de mogelijkheden? Ik vertel u graag alles over onze samenwerkingspakketten.

0%

    Stuur ons een bericht

    Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

    Details