De laagbouw sluit aan bij de kleinschaligheid van de nabije woonwijk.

02:53
11-02-2020

Oostende, O’Sea | Eigentijdse woningbouw blaast frisse zeewind

Hoewel bijna alle beschikbare bouwgronden langs de Belgische kust zijn ingenomen, komt er af en toe toch nog opmerkelijke hedendaagse architectuur tot stand. Meestal gebeurt dit in het kader van een grootschalige wijk- of stadsvernieuwingsoperatie. O’Sea in Oostende is in dat opzicht een mooi voorbeeld.

Immobel ontwikkelt dit project op de zogenaamde ‘tweede rij’, op de site van het voormalige mediacenter, achter het groen van de Wellingtonrenbaan en op wandelafstand van de Versluys Arena. Als gemengd woningcomplex van circa 88.500 m² moet O’Sea de hele wijk doen herleven.

In O’Sea Charme, de eerste van de in totaal vier bouwfases, trekt Interbuild tien rijwoningen, een complex met 51 assistentiewoningen en polyvalente ruimtes, 33 woonappartementen en een toren met vijftien verdiepingen voor in totaal 56 appartementen en studio’s op. Deze fase omvat ook 176 ondergrondse parkeerplaatsen voor wagens en 177 voor fietsen, een restaurant, casco handelsruimtes voor kleinhandel (544 m²) en horeca (378 m²) en een kinderopvang. De fietsers krijgen bovendien 27 bovengrondse stallingen.

O’Sea zal zowel permanente woningen als vakantieverblijven huisvesten.

 

Toekomstgericht

De assistentiewoningen moeten de instroom van ouderen aan de kust mee opvangen. Solidariteit voor het Gezin, een stabiele en vertrouwde speler in de zorgwereld, zal de zorgdiensten voor de assistentiewoningen aanbieden. De bewoners genieten ook van een voorrangspositie voor opvang in het woonzorgcentrum, dat zich 200 meter verderop bevindt.

Gezien de toeristische aantrekkingskracht van Oostende telt O’Sea Charme zowel hoofdverblijven als tweede verblijven. “Toch ligt het accent op permanente verblijven. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Oostende schrijft een evenwichtige mix voor”, verklaart Frederik Jacobs, vennoot bij CONIX RDBM Architects, dat de plannen tekende. “De verdeling tussen beide types zal bepaald worden door de marktvraag. We gaan daarbij indicatief uit van de helft van de studio’s voor eerste en de andere helft voor tweede verblijf. Bij de overige woningen bedraagt deze verhouding 70/30. De aanwezigheid van het kinderdagverblijf moet de invulling van de hoofdverblijven mee stimuleren.”

Als gemengd woningcomplex van circa 88.500 m² moet O’Sea de volledige wijk doen herleven.

 

Gedraaide toren

De voornaamste technische uitdagingen voor hoofdaannemer Interbuild waren de ‘overhelling’ van de torenflats en de gevarieerde materialisatie van de gevels. De hellende toren vormt overigens een krachtig visueel herkenningspunt. Hij verzekert de overgang naar de hoogbouw op de zeedijk, terwijl de laagbouw op de rest van het terrein dialogeert met de kleinschalig-
heid van de aanpalende woonwijk.

Het ontwerpteam van CONIX RDBM Architects tekende de woongelegenheden in rond aangelegde groenruimtes. Daarbij zijn onder meer een ruimte voor sport en spel, een bloemen- en fruittuin, een watertuin en een groen plein voorzien. Deze tuinen worden besproeid met opgevangen regenwater. Doorsteekplaatsen zullen de site verbinden met de buurt. “We hebben zorgvuldig rekening gehouden met bezonning en zichtassen. De bouwvolumes zijn zo gepositioneerd en vormgegeven dat het openbaar domein optimaal van de zon kan genieten. Door de grote variatie in volumes en openbaar domein ontstaat er een gevarieerd spel van zichtassen”, aldus Jacobs.    

De gedraaide toren met vijftien verdiepingen moet een visueel baken worden.

 

Scenografie

Het geheel krijgt vier verschillende ‘gezichten’, die zich met een ‘omarmend gebaar’ naar de woonwijk, de zee en de voetbal- en basketbalinfrastructuur richten. “De scenografie was een belangrijk ontwerpprincipe”, licht Jacobs toe. “De opeenvolging van gevarieerde buitenruimtes moet bewoners en bezoekers uitnodigen om graag in het gebied te vertoeven. We willen typische plekken scheppen, geïnspireerd op gekende en beproefde plaatsen in Oostende en de rest van de wereld.”

Onder de site bevindt zich een parkeergarage van 40.000 m². Die wordt uitgerust met een rook- en warmteafvoerinstallatie en elektrische noodvoeding. Een intern warmtenet verdeelt de warmte over de decentrale units in de huizen en appartementen. In de toren maakt het gebruik van vloerverwarming als temperatuurafgiftesysteem. Het gekozen ventilatiesysteem is van het type C+, met natuurlijke toevoer van verse lucht en mechanische afzuiging van vervuilde lucht.

Tegenwind overwonnen

“Als je bouwt aan zee, bepaalt de wind mee de eindtermijn”, blikt assistent-projectleider Willy Dejaegere (Interbuild) terug. “Tijdens de volledige bouwperiode van circa 2,5 jaar kenden we een hallucinante stilstand van driekwart jaar (150 werkdagen). Het vergde uitzonderlijke inspanningen van ons eigen team en de onderaannemers om dit werkverlet in te passen in de planning. Bij zware weersomstandigheden moesten we niet alleen het kraanwerk stopzetten, maar was ook de aanvoer van materialen met bouw- of verhuisliften onmogelijk.”

De draaiing van de toren resulteert in een oversteek van 8 meter. “Door de noodzakelijke ondersteuning van de overkragende appartementen konden we het buitenschrijnwerk van de onderliggende verdiepingen pas aanbrengen na het wegnemen van de stelling”, geeft Dejaegere nog mee.

Het ontwerpteam tekende de woongelegenheden in rond aangelegde groenruimtes.

 

Denkwerk

In een van de blokken zijn de ventilatieroosters geïntegreerd in de gordijngevel. “Het was de allereerste keer dat we dit deden. Er ging dan ook heel wat studiewerk aan vooraf”, vertelt Dejaegere. “Een andere uitdaging waren de disproportionele zettingen van de paddenstoelbetonvloeren in de toren. Ze vergden aangepaste bevestigingsmethodes in de gordijngevel”, voegt projectleider Arne Verhoeven toe. “We moesten daarbij ook rekening houden met de maatregelen die we hadden genomen om een gunstig EPB-peil te bereiken, zoals de gyprocwanden met isolatie en de EPDM achter de liftschachten.”    

Tekst Koen Mortelmans    |    Beeld CONIX RDBM Architects

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Lees ons « Privacy statement » voor nadere informatie.

Participanten aan het woord

Van Tatenhove Kelderafdichting –Kelderafdichting

Van Tatenhove Kelderafdichting uit het Zeeuwse Gapinge vecht al 22 jaar tegen vochtproblemen. Het bestrijdt deze met onder meer betoninjecties en bitumengebaseerde afdichtingsproducten. “We behandelen zowel kelders als bijvoorbeeld sprinklertanks en septische putten”, zegt zaakvoerder Peter van Tatenhove. “Voor O’Sea hebben we met een speciale pomp en spuit een tweecomponentenemulsie aangebracht aan de buitenkant van de kelder. Die bescherming was wenselijk, want de betonwanden zijn op de vloerplaat gestort. Dat maakt dat de naden tussen het beton niet volledig waterdicht zijn.” Een cement is een cement, dat zich op het beton hecht. Het andere is een bitumenvariëteit.

Van Tatenhove en zijn medewerkers zijn niet aan hun proefstuk toe. Door de zuidwestelijke ligging is het bedrijf niet alleen actief in een groot deel van Nederland, maar net zo goed in Vlaanderen. “We voerden bijvoorbeeld al veel opdrachten uit op Nieuw Zuid, in opdracht van Interbuild. We hebben ook de sprinklertanks en de septische putten van het nieuwe gebouw van De Persgroep in Antwerpen afgedicht. En in Rumst werkten we met Vanderstraten mee aan woonzorgcentrum Wijtshage.”

Lees meer over: Immobel , O’Sea , toekomstgericht

Bouwen aan Vlaanderen partners

Bouwinfo

Bouwheer

Immobel (Brussel)

Architect

CONIX RDBM Architects (Antwerpen)

Hoofdaannemer(s)

Interbuild (Antwerpen)