Magazines / Nr 01 2020

Nr 01 2020

De vierde industriële revolutie

De cadeautjes zijn uitgepakt, de kerstbomen verbrand en de goede voornemens al deels gesneuveld. 2020 is volop aan de gang en raast stevig door. Stilstaan is achteruitgaan – zeker in de bouwsector – maar toch nam de Bouwunie onlangs de tijd om even terug te blikken op 2019. Een jaar dat we in heel wat opzichten kunnen bestempelen als ‘geslaagd’. Want het mag duidelijk zijn: het gaat de bouwsector over het algemeen voor de wind deze dagen. Iets wat niet zozeer te maken heeft met stormen à la Ciara en Dennis, maar eerder met goedgevulde orderboekjes, een voortschrijdend optimisme en positieve cijfers.

Die positieve cijfers kwamen eveneens tot uiting in de befaamde Bouwbarometer. De conjunctuurindicator bij uitstek gewaagt van ‘een goed jaar’. Voorzichtig uitgedrukt als je weet dat 2019 qua jaargemiddelde afklokte op 100,7 – beter dan 2018 en beduidend beter dan de periode 2009-2017, toen het pessimisme doorgaans overheerste. Het werkvolume blijft hoog, dus heel wat bouwbedrijven draaien op volle toeren. Bovendien neemt de rendabiliteit toe, waardoor het gros van de aannemers het nieuwe jaar met veel vertrouwen heeft aangevat. 2020 zou weleens een grand cru kunnen worden!

Maar … er zijn natuurlijk ook pijnpunten. Het gebrek aan bekwame vaklui blijft de sector teisteren. Heel wat bedrijven hebben tientallen openstaande vacatures die maar niet ingevuld geraken. Zeer vervelend, want er is meer dan werk genoeg, en dat zal de komende maanden en jaren zeker niet veranderen. Tal van woningen en andere verouderde gebouwen smeken bijvoorbeeld om renovatie – enerzijds omdat de energienormen alsmaar
strenger worden, anderzijds omdat de Vlaamse en Europese klimaatdoelstellingen best ambitieus zijn (tegen 2050 moet 95 % van alle woningen
in Vlaanderen gerenoveerd worden, beweert Steunpunt Wonen). En ook aan groot- en kleinschalige infrastructuurprojecten is zeker geen gebrek.
Waar gaat dit eindigen als er simpelweg niet voldoende volk is om de beoogde werkzaamheden uit te voeren?

Een andere uitdaging is de technologische vooruitgang – of om het met een blitse marketingterm te zeggen: de vierde industriële revolutie. De wereld rondom ons verandert razendsnel, en de bouwsector moet mee. De ‘digital shift’ is dan ook volop aan de gang. Wat vandaag nog gloednieuw lijkt, is morgen alledaags en overmorgen ouderwets. Grote bouwactoren die anno 2020 nog steeds niet op de BIM-kar gesprongen zijn, dreigen uit de boot te vallen. En wat dacht u van belangwekkende innovaties zoals 3D-betonprinters, die de o zo traditionele bouwsector op zijn grondvesten zullen doen daveren zodra ze (eindelijk) ingang vinden? Het is een kwestie van anticiperen en flexibel zijn. De klassieke
bouwmethodes en de businessmodellen van gisteren zullen niet langer voldoen als vernuftige machines die op enkele dagen tijd heelder gebouwen
kunnen optrekken op basis van gedetailleerde computermodellen …

Bezorgdheid en angst voor vernieuwing zijn des mensen, maar misschien hoeft het allemaal niet zo dramatisch te zijn als het op dit moment lijkt? Wie weet vangt de technologie het nijpende tekort aan arbeidskrachten wel op? Een digitale, geautomatiseerde bouwsector vereist uiteraard ook bekwame vaklui, maar wel vaklui met een ander profiel. De jeugd van tegenwoordig wordt niet langer warm van bakstenen stapelen, maar is over het algemeen wel zeer bedreven in IT. Programmeren, 3D-modellen ontwikkelen, simulaties maken …: het zal meer en meer aan de orde zijn in de bouw van morgen. Wie weet zal het gebrek aan werfpersoneel op termijn net een zegen blijken, aangezien er zo een gat in de markt is ontstaan dat ruimte biedt voor innovatie en dat een grondige heroriëntatie van de modus operandi per definitie onvermijdelijk maakt? Of denken we nu al te zeer ‘out of the box’? De toekomst zal het uitwijzen …

Veel leesplezier

Tim Janssens

Ik wil graag een proefexemplaar of abonnement.

Ik wil graag een: