Magazines / Nr 04 2016

Nr 04 2016

Nieuwe bouwmeester, nieuwe wetten

1 september was niet enkel voor schoolgaande kinderen een spannende dag. Ook het Vlaamse architectuurwezen keek reikhalzend uit naar deze belangrijke datum. Op die ietwat grijze donderdag begon Leo Van Broeck namelijk officieel aan zijn vierjarige legislatuur als Vlaams Bouwmeester 2.0. Als we hem zelf mogen geloven, was het sombere weer alvast geen onrustwekkende prelude op zijn beleid.

Een grijze muis is Leo Van Broeck inderdaad allerminst. Gezien zijn krachtige, rechtlijnige visie inzake architectuur en ruimtelijke ordening lijkt hij de juiste man om het Bouwmeesterschap en de Vlaamse bouwkunst in het algemeen opnieuw naar een hoger niveau te stuwen. De juiste man op het juiste moment ook. Door de controverse rond de figuur van voormalig Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen stond het ambt immers lang op de helling. Was de harde hand van Swinnen wel het juiste middel om de kwaliteit van ons gebouwenpatrimonium op te waarderen? En was het Bouwmeesterschap überhaupt nog nodig? Architecten riepen in koor van wel, zij het op een andere, constructievere manier. De Vlaamse regering hulde zich evenwel lang in mysterieus stilzwijgen, denkend aan de putten in de begroting die louter via een grondige besparingsronde konden worden gedicht.

Gelukkig keurde de Vlaamse regering op 1 juni 2015 een conceptnota voor het vernieuwd Vlaams Bouwmeesterschap goed – een beslissing waarvoor ons architectenwezen postuum gerust een kaarsje mag branden. De eerste selectieronde leverde nog geen geschikte kandidaat op, maar bij een tweede poging kwam men dus uit bij de gedoodverfde troonopvolger, de charismatische Leo Van Broeck. Adelbrieven heeft hij alvast in overvloed: burgerlijk ingenieur-architect, hoogleraar, voorzitter van de Koninklijke Federatie van de Architectenverenigingen van België (FAB) en medeoprichter van het gerenommeerde Brusselse architectenbureau Bogdan & Van Broeck. En ook aan ideeën omtrent en engagement jegens het Vlaamse architectuurpatrimonium ontbreekt het hem allerminst.

Het heldere gedachtegoed en de dito communicatie van de nieuwbakken Bouwmeester zijn een ware verademing, zeker in vergelijking met de ivorentorenmentaliteit, het afstandelijke intellectualisme en de wollige terminologie die het architectenmetier vroeger typeerden. Leo Van Broeck pleit resoluut voor verdichting en een stopzetting van de versnippering van de ruimtelijke ordening. Daarbij verliest hij Moeder Natuur zeker niet uit het oog: “Alle ecologische en klimatologische problemen die we nu hebben, zijn een gevolg van foutief, antropocentrisch bodemgebruik. De goede biodiversiteit is zoek. Krimpen en gronden vrijmaken is essentieel voor het voortbestaan van onze planeet. Dus als je ergens verdicht, zou je onmiddellijk een evenwaardige oppervlakte moeten voorzien die enkel bestemd is voor de natuur. Het lijkt een utopie, maar in wezen vereist het enkel een kleine mentaliteitswijziging. Kavels zonder meerwaarde geven we terug aan de natuur, en interessante kavels die zich bijvoorbeeld vlakbij hubs voor openbaar vervoer bevinden gaan we simpelweg veel beter benutten.”
Kortom: als het van Leo Van Broeck afhangt, herschikken we onze openbare ruimte om ze nadien veel beter en efficiënter te benutten. Een ambitieus plan dat naar schatting dertig à veertig jaar in beslag zou nemen. “ Als je de dichtheid van Engeland zou toepassen op de bebouwde zone van België, dan zou er in ons land plaats zijn voor 17 miljoen inwoners. We zouden dus in principe zes miljoen extra Belgen kunnen huisvesten zonder nog één extra vierkante meter ruimte te gebruiken.“

Het ga u goed, mijnheer de Bouwmeester!

Veel leesplezier

Tim Janssens

Ik wil graag een proefexemplaar of abonnement.

Ik wil graag een: