Tagarchief: Anderlecht

Nieuwe mijlpaal voor oncologisch onderzoek

Lees het gehele artikel

Het nieuwe Jules Bordet Instituut, dat in oktober 2021 werd ingehuldigd en een maand later in gebruik werd genomen, strekt zich uit over meer dan 80.000 m², verspreid over negen niveaus op de Erasmussite van de ULB in Anderlecht. Het is een Europees referentiecentrum in de strijd tegen kanker en heeft een capaciteit van 250 ziekenhuisbedden en 43 oncologische daghospitaalplaatsen. Dit complexe zorgproject werd met brio in goede banen geleid door drie gereputeerde aannemers, die de krachten bundelden om enkele specifieke uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.

Het Jules Bordet Instituut is een Europees referentiecentrum in de strijd tegen kanker.

De TM CIT Blaton – BPC Group – Ondernemingen Louis De Waele was verantwoordelijk voor lot 1 – inclusief de gesloten ruwbouw, de omgevingsaanleg, de werfcoördinatie en de pilootaanneming – en lot 2, dat alle afwerkingen omvatte. Jérôme Laurensis, werfleider bij CIT Blaton: “Dat we de voornaamste loten in de wacht sleepten, betekende dat we niet zomaar een van de vele
partijen op de werf waren, maar dat we als pilootaannemer en werfcoördinator de volledige uitvoering konden beheren door onder meer de planning op punt te stellen. Een specifieke rol die we al jaren onder de knie hebben.” 

“Dat we de voornaamste loten in de wacht sleepten, betekende dat we als pilootaannemer en werfcoördinator de volledige uitvoering konden beheren”, zegt Jérôme Laurensis.

Van bunkers tot banken

Bijna twee jaar lang was de TM alleen aan de slag op de werf: grondwerken, het verlagen van de grondwaterspiegel, het optrekken van de ruwbouw met grote hoeveelheden gietbeton en vervolgens het wind- en waterdicht maken van de schil. Twee zaken die de bouw van het nieuwe Jules Bordet Instituut specifiek maakten: de realisatie van een tunnel die in verbinding staat met het aanpalende Erasmusziekenhuis en de bunkers voor radiotherapie in de kelder met zeer dikke muren, waarbij gebruikgemaakt is van zwaar beton, loden bekleding en gepantserde deuren. 

De gevels kenmerken zich door grote glaspartijen en reflecterende borst-weringen. Net als bij CHC MontLégia (een andere mooie referentie van CIT Blaton) zijn deze laag, wat niet alleen voor een riante natuurlijke lichtinval in de ziekenhuiskamers zorgt, maar bedlegerige patiënten ook de kans biedt om te genieten van het prachtige uitzicht op natuurgebied Vogelzang. De omgevingswerken resulteerden in de aanleg van tuinen, paden met mooie banken in wit architectonisch beton, picknickplaatsen enzovoort. Dit maakt de bosrijke en landschappelijke omgeving nog aantrekkelijker voor de patiënten, waardoor er sprake is van een echte ‘healing environment’.

De gevels kenmerken zich door grote glaspartijen en reflecterende borstweringen.

Nood aan pragmatische werfcoördinatie

De cijfers voor de binnenafwerking van het gebouw zijn duizelingwekkend: elf verschillende loten, 100.000 m² gipsplaten, 4500 deuren, 50.000 m² pvc-vloeren, 75.000 m² verf … In projecten die gepaard gaan met dergelijke volumes is het noodzakelijk om pragmatisch te blijven en rationele keuzes te maken op het vlak van materialen en onderaannemers. “Om te voorkomen dat we twintig verschillende planningen moesten beheren, hebben we het gebouw opgedeeld in vier min of meer gelijke ruimtes. Eén schrijnwerker moest soms op drie verdiepingen en in drie verschillende zones werken.”

De onderaannemers werden geselecteerd op basis van hun ervaring en het vermogen om dergelijke omvangrijke opdrachten tot een goed einde te brengen. Naast voldoende mankracht op de werf moest ook de levering van de benodigde materialen te allen tijde gewaarborgd zijn, met dank aan doordachte materiaalkeuzes. De kers op de taart is de rustgevende visuele uniformiteit bij de afwerking van de kamers, gangen en gemeenschappelijke ruimtes. Jérôme Laurensis: “De ISO-zones – de laboratoria en bunkers voor radiotherapie – vereisten specifieke constructiemethodes, bijvoorbeeld voor de voegen en afdichtingen, en dus meer tijd en veel meer kwaliteitscontroles tijdens de uitvoering. De ISO-zones vormden als het ware een werf binnen de werf.”

De kers op de taart is de rustgevende visuele uniformiteit bij de afwerking van de kamers, gangen en gemeenschappelijke ruimtes.

Aangezien er op sommige momenten tot 450 arbeiders tegelijk aan de slag waren op de werf, was de grootste uitdaging de coördinatie van alle (onder)aannemers die betrokken waren bij de werken, benadrukt Jérôme Laurensis. “Het doorvoeren van ontwerpmatige wijzigingen tijdens de uitvoeringsfase, het voortdurend aanpassen van de planning en uiteindelijk het opleveren van het gebouw binnen de vooropgestelde termijn (met september 2021 als deadline), ondanks de COVID-19-pandemie, maakten dat de bouw van het nieuwe Jules Bordet Instituut een complexe klus was. We hebben eens te meer bewezen dat we uiterst bedreven zijn in de realisatie van ziekenhuisomgevingen.”    

Klimaatplafonds op maat voor oncologisch expertisecentrum

Het spreekt voor zich dat er ook op het vlak van verwarming en koeling specifieke normen en eisen gelden voor een gespecialiseerde ziekenhuisomgeving als het nieuwe Jules Bordet Instituut. Om convectie en de verspreiding van ziektekiemen tegen te gaan, werd er geopteerd voor geïntegreerde klimaatplafonds, die alle ruimtes op temperatuur brengen via stralingswarmte. Het was Lindner Welsy dat de productie en plaatsing van deze klimaatplafonds voor zijn rekening nam en dat voor iedere ruimte een oplossing op maat uitwerkte. 

Voor iedere ruimte is een geoptimaliseerde klimaatplafondoplossing voorzien. (Beeld: Marc Detiffe)

Tekst Tim Janssens    |    Beeld Marc Detiffe, Lindner Welsy

Metalen klimaatplafonds in de patiëntenkamers en de gangen, klimaatplafonds met gyprocafwerking in de wachtruimtes en zelfs enkele cleanroom-plafonds: het Jules Bordet Instituut had heel wat variatie in petto voor Lindner Welsy. “In totaal gaat het om een oppervlakte van circa 35.000 m²”, vertelt Maxim Billen, Head Of Department – Ceilings bij Lindner Welsy. “Alle plafonds zijn op maat van het Jules Bordet Instituut ontworpen en geproduceerd. Zo konden we voor iedere ruimte een geoptimaliseerde oplossing voorzien. Geen overbodige luxe, want vermits we in functie van de brandstabiliteit een tolerantie van amper 14 mm in acht moesten nemen – een van de grootste uitdagingen in ziekenhuisprojecten als deze – kon een ruwbouwafwijking van een paar centimeter een wereld van verschil maken. Er ging dus heel wat werk aan vooraf om alle ruimtes digitaal op te meten met behulp van een lasermeter, zodat we onze panelen daar tot op de millimeter nauwkeurig op konden afstemmen. Daarnaast hebben we voor iedere kamer bandrasters op maat gemaakt om de lijnventilatie te kunnen integreren. En aangezien hygiëne prioriteit nummer 1 is in het Jules Bordet Instituut, lag de afwerkingsgraad erg hoog.”

De randprofielen in de gangen zijn specifiek ontworpen in functie van de integratie van de lijnverlichting.

Maatwerk in S-vorm

In de loop van het project kreeg Lindner Welsy ook nog een extra bestelling voor de brede gang van het mortuarium, die een S-vorm beschrijft. “Daarvoor hebben we uitstekend samengewerkt met de architect en de onderaannemer die de
plafondafwerking in houten latjes plaatste. We hebben trapeziumvormige panelen gemaakt die de S-vorm accentueren en die naadloos aansluiten op de plafondafwerking. Het resultaat is prachtig”, vindt Maxim Billen. “Ook de rest van het ziekenhuis mag er wezen. De architect heeft een totaalplaatje met een prima prijs-kwaliteitsverhouding samengesteld. Na het nieuwe hoofdkantoor van BNP Paribas Fortis is dit zonder twijfel een van de grootste projecten die we de voorbije jaren gerealiseerd hebben. Van voorstudie tot plaatsing heeft het drie à vier jaar in beslag genomen. Het Jules Bordet Instituut is een zeer mooie referentie voor Lindner Welsy, waarbij we eens te meer konden tonen dat we een onestopshop zijn voor alles wat met klimaatplafonds te maken heeft!”    

“Voor de gang van het mortuarium hebben we trapeziumvormige panelen gemaakt die de S-vorm accentueren en die naadloos aansluiten op de plafondafwerking”, aldus Maxim Billen.

Geïntegreerde dubbele aandrijving voor brandwerende deuren 

Het nieuwe Jules Bordet Instituut in Anderlecht is het toneel van een Belgische primeur: 36 brandwerende deuren die in beide richtingen geautomatiseerd zijn dankzij een volledig in de bovendorpel geïntegreerde scharnieraandrijving. Een innovatief concept, waarbij de integratie in het deurelement gerealiseerd is door De Coene en vervolgens gevalideerd is door brandtesten, de plaatsing is uitgevoerd door Potteau Labo en de indienststelling in goede banen is geleid door Lecot Protecta. Christophe Dupuis, hoofd van het studiebureau bij fabrikant SEVAX, geeft tekst en uitleg.

SEVAX is een bedrijf dat deel uitmaakt van de Saint-Gobain Groep en dat kan bogen op zeventig jaar ervaring. De firma is gevestigd in het Franse Chalon-sur-Saône en ontwerpt, vervaardigt en verdeelt mechanische uitrusting voor het sluiten van technische deuren, die het exporteert naar meer dan 45 landen. De geautomatiseerde PLM-deur, een van de meest recente paradepaardjes in het SEVAX-gamma, is uniek op de markt.

In het Jules Bordet Instituut werden maar liefst 36 brandwerende deuren uitgerust met het innovatieve systeem.

Functionaliteit en esthetiek

Het ingenieuze idee van SEVAX was om een klassieke taatsscharnier te automatiseren. Christophe Dupuis: “De unieke dubbele troef van ons product is dat het kan worden geïnstalleerd op deuren die in beide richtingen opengaan én dat het volledig geïntegreerd en dus onzichtbaar is, in tegenstelling tot de gebruikelijke oplossingen voor opbouwmontage.” Dit tweede aspect zal architecten die uit zijn op een strakke vormgeving zeker interesseren: geen onelegante armen meer die boven de deur hangen! Naast het esthetische aspect is de totale afwezigheid van zichtbaar hang- en sluitwerk niet enkel een voordeel in hygiënisch opzicht, maar ook om vandalisme te voorkomen. Integratie impliceert echter dat de oplossing ruim van tevoren moet worden gepland, zodat ze meteen correct geïnstalleerd kan worden.

Naast het esthetische aspect is de totale afwezigheid van zichtbaar hang- en sluitwerk niet enkel een voordeel in hygiënisch opzicht, maar ook om vandalisme te voorkomen.

Duurzame innovatie

In het Jules Bordet Instituut werden maar liefst 36 brandwerende deuren uitgerust met het systeem. Een primeur in België, maar ook een mooie referentie voor het internationaal opererende SEVAX. Het product is het resultaat van een intelligent ontwerp dat getuigt van duurzame innovatie. Het leent zich immers perfect tot retrofitting, want enkel de onderdelen die slijtage vertonen moeten worden vervangen. De uiterst open vormgeving maakt bovendien dat er veel meer mogelijkheden zijn dan toepassingen in ziekenhuizen: administratie, onderwijs, hotels …    

TECHNISCHE FICHE
  • Bouwheer Jules Bordet Instituut (Anderlecht)
  • Architect Brunet Saunier Architecture (Parijs, Frankrijk) en Archi 2000 (Brussel)
  • Hoofdaannemer(s) TM CIT Blaton (Brussel) – BPC Group (Brussel) – Ondernemingen Louis De Waele (Brussel)

Stedelijk wonen in groene oase met beschermd moeras

Lees het gehele artikel

Een verloederd moerasgebied op de grens tussen Anderlecht en Sint-Jans-Molenbeek bleek de ideale voedingsbodem voor een residentieel project dat beide troeven op weergaloze wijze verenigt tot een attractieve leefomgeving die meer is dan de som der delen. Het beschermde moeras is in ere hersteld en vloeit over in een groen, autoluw binnengebied dat de drukte op de omringende steenwegen snel doet vergeten.

De Melkerij is optimaal ingebed in een biologisch waardevol moerasgebied.

Het is anno 2021 nog maar moeilijk voor te stellen, maar ooit was Brussel een onherbergzaam moerasgebied. De oorspronkelijke naam van onze hoofdstad was niet voor niets ‘Broeksele’, wat zoveel betekent als ‘nederzetting op een moeras’. Het moeras tussen de Melkerijstraat en de Zaadstraat in Anderlecht/Sint-Jans-Molenbeek, dat in 2002 beschermd werd door het Brussels Hoofd-stedelijk Gewest, is een van de laatste overblijfselen van dat waterrijke oerlandschap. Het werd lange tijd geflankeerd door een kleine boerderij met enkele volkstuintjes, inclusief een sluipweg naar de achterliggende Zaadstraat. Aangezien dit groene binnengebied doorheen de jaren uitgroeide tot een populaire bestemming voor sluikstorters en de nabije omgeving in sneltempo verstedelijkte, was er nood aan een nieuwe ontwikkeling die de resterende natuur kon vrijwaren en die het imago van de buurt kon opkrikken. Zo ontstond het idee voor de realisatie van De Melkerij, een eigentijds complex dat plaats biedt aan 214 wooneenheden met een, twee of drie slaapkamers, verspreid over tien zorgvuldig ingeplante appartementsblokken.

Maximaal respect voor de natuur

“Het concept voor De Melkerij is bedacht als één geheel, maar is nadien opgesplitst in twee fases met verschillende bouwheren”, vertelt Geert Vanoverschelde, architect-partner bij DDS+. “Toen wij in 2012 bij het project betrokken raakten, zijn we van start gegaan met een globaal masterplan. Het terrein helt af vanaf de Melkerijstraat, met het biologisch waardevolle moeras als laagste punt. Dit impliceerde een extra perimeter van 10 meter waarop niet mocht worden gebouwd. Een heel stuk van het terrein bleef dus gewoon natuurgebied. Toch is er niet gekozen voor klassieke lintbebouwing langs de Melkerijstraat, maar voor een haakse inplanting van de appartementsblokken om een oost-westoriëntatie te bekomen, een doorkijk naar het groen te creëren, de doorwaadbaarheid van de site te verzekeren en voetgangers en fietsers toe te laten. Zo kunnen deze laatsten aansluiten op een uitgebreid netwerk van historische fiets- en wandelwegen in de Brusselse randstad.”

“Op vraag van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het moeras grondig gesaneerd”, zegt projectarchitecte Mariella Selleslagh. “Het was overwoekerd en stond bijna droog. Al het afval is opgeruimd, de uitheemse beplanting is verwijderd, het bomenbestand is uitgedund, het moeras is een halve meter verdiept en omheind, er is veel aandacht besteed aan de regenwaterhuishouding (wat enkele bouwkundige aanpassingen vergde, vooral met betrekking tot de ondergrondse parking) en er is ook een soort belvedère gerealiseerd. De buitenaanleg tussen de appartementen is geïnspireerd op de beplanting rond het moeras om visuele continuïteit te garanderen. Bovendien is er geopteerd voor specifieke buitenverlichting die niet storend is voor kikkers en vogels.” 

“We stellen met veel plezier vast dat het ontwerp de tand des tijds moeiteloos heeft doorstaan”

Architectuur die nooit verveelt

Fase 1 van De Melkerij omvat 78 huurappartementen (6500 m²), terwijl fase 2 uit 136 koopappartementen (12.000 m²) bestaat. Beide fases lijken sterk op elkaar, al zijn de gevels bekleed met andere materialen: grijze natuursteen, witte sierpleister en dakvolumes met zinken gevelpanelen voor de zes appartementsblokken van fase 1 versus twee soorten baksteen (donkere sokkel en lichte verdiepingsniveaus) en zinken dakvolumes met staande naad voor de vier appartementsblokken van fase 2. “De bouwheren wilden qua look-and-feel toch een zekere nuance aanbrengen. Maar ondanks die lichtjes afwijkende gevelafwerking zie je meteen dat De Melkerij één geheel vormt”, legt Geert Vanoverschelde uit. “Hoewel de vormgeving relatief sober is, is er hier en daar toch sprake van enkele subtiele details. Zo creëert de visuele interactie tussen de verticale stijlen van de balustrades en de lamellen van de zonwerende luifels een intrigerend licht- en schaduwspel. In combinatie met de dynamische volumetrie maakt dit dat de architectuur nooit verveelt”, vult Mariella Selleslagh aan.

“Toen we negen jaar geleden de bouwaanvraag indienden, was duurzaamheid nog niet zo’n belangrijk aandachtspunt als nu. Anno 2021 zouden we dus andere accenten leggen, maar toch stellen we met veel plezier vast dat het ontwerp de tand des tijds moeiteloos heeft doorstaan”, besluit Geert Vanoverschelde. “Zo zijn quasi alle appartementen van het doorzontype en beschikken ze zonder uitzondering over een private buitenruimte (gelijkvloers terras, dakterras of balkon) en één ondergrondse parkeerplaats. Daarnaast is er tevens één fietsstalplaats per slaapkamer voorzien. Bovendien zijn alle appartementsblokken uitgerust met de nodige afvalsorteerfaciliteiten en bergplaatsen voor kinder-wagens. En wat deze residentiële ontwikkeling eens zo bijzonder maakt, is dat ze zich zowel in een ‘groene oase’ als in een dens stedelijk gebied bevindt. De bewoners kunnen er optimaal genieten van de rustgevende natuur, terwijl ze op een kwartier in het centrum van Brussel staan. Die waardevolle synergie maakt van De Melkerij een uiterst geslaagde realisatie!”

TECHNISCHE FICHE

Bouwheren
VOP (Sint-Jans-Molenbeek, fase 1) & CORES Development en Westhoek (Antwerpen, fase 2)

Architect
DDS+ (Brussel, Antwerpen)

Hoofdaannemer(s)
Prodale (Le Roeulx, fase 1) & THV Vanderstraeten-Peremans (Lummen, fase 2)