Tagarchief: Modemuseum

Piekfijne afwerking voor iconisch museumgebouw

p_baswa_s.-paviljoen-charles-vandenhove-stak-4-kopieren
Lees het gehele artikel

Het Modemuseum in Antwerpen is integraal in een nieuw kleedje gestoken. Daar horen uiteraard ook prachtige expositiezalen en piekfijne interieurs bij. Vooral de binnengevelafwerking van de hoekrotonde springt in het oog. Een kolfje naar de hand van International Building Services uit Lokeren, dat gespecialiseerd is in de totaalafwerking van nieuwe en te renoveren gebouwen en dat dus zeker niet aan zijn proefstuk toe was.

Het Antwerpse Modemuseum is een lust voor het oog. Dit is onder meer te danken aan de befaamde hoekrotonde, die zonder twijfel een van dé blikvangers is, zowel in het museum zelf als in het straatbeeld. “We hebben hem aan de binnenzijde afgewerkt met gipskarton, waarmee we ook de niet-dragende binnenwanden en de verlaagde plafonds realiseerden”, vertelt Hans Blancquaert, sinds 2010 zaakvoerder van International Building Services (IBS). “Ronde vormen realiseren met gipskarton lijkt eenvoudig, maar vergis je niet: het vergt heel wat praktische knowhow. Het komt erop aan om de bolle kant net voldoende te bevochtigen en de platen zo de gewenste kromming te geven. Vervolgens moet je ze op de juiste manier laten drogen om die kromming te fixeren. Echt specialistenwerk!”

Het interieur van het Modemuseum is piekfijn afgewerkt.

 

Kantoorvolume in larikshout

IBS plaatste ook de akoestische plafonds in het vernieuwde Modemuseum, net als de opendraaiende houten wanden op het gelijkvloers. Op de vierde verdieping richtte het bovendien een extra kantoorvolume in. “Een houtstructuur met grote glaspartijen”, legt Hans Blancquaert uit. “We hebben gebruikgemaakt van larikshout met ecocertificaat. Zowel de architect als de museumdirectie hadden daarop aangedrongen. Terecht, want duurzaamheid is niet voor niets een van onze stokpaardjes.”

Prestigeprojecten zoals het Modemuseum schrikken IBS allerminst af. Integendeel: het gerenommeerde afwerkingsbedrijf heeft heel wat ervaring met spraakmakende realisaties. “Denk bijvoorbeeld aan het Sint-Lucasziekenhuis in Gent, toch ook geen kleine referentie”, zegt Hans Blancquaert. “We droegen eveneens ons steentje bij aan de realisatie van de nieuwe kantoren van Aertssen langs de E34 in Verrebroek, woonzorgcentra Aurelia in Desselgem en Hof ten IJzer in Lo-Reninge en de renovatie van het Waterbouwkundig Laboratorium in Borgerhout.”

Uitbreiding op komst

IBS is sinds 2014 gevestigd op Industrieterein E17/3 in Lokeren, langs de gelijknamige snelweg. Daar bevinden zich de kantoren en de schrijnwerkerij. “We zijn vooral een coördinatiebedrijf. Dat betekent dat we de coördinatie van voltooiingswerken op ons nemen, voornamelijk in opdracht van hoofdaannemers. Hiervoor werken we samen met vertrouwde onderaannemers. We hebben wel twee eigen schrijnwerkers in dienst, zodat we zelf deuren kunnen inkasten en kleine meubels kunnen maken”, legt Hans Blancquaert uit.

Tot slot nog een interessante primeur: IBS zal binnenkort ook een filiaal in Limburg openen. “Oost- en West-Vlaanderen en delen van Antwerpen en Vlaams-Brabant zijn vlot bereikbaar vanuit Lokeren, maar de saturatie op de Antwerpse en de Brusselse Ring maken dat het niet altijd vanzelfsprekend is om de rest van Vlaanderen te bereiken”, zegt Hans Blancquaert. “Vanuit Limburg kunnen we ook de streek rond Leuven en Luik bedienen. Gezien onze huidige groei kunnen we daar nog extra onderaannemers gebruiken, dus
geïnteresseerde bedrijven mogen ons altijd contacteren!”   

Modemuseum in nieuw kleedje

naamloos-2-kopieren-2
Lees het gehele artikel

Het Modemuseum (MoMu) in Antwerpen heeft te weinig ruimte om zijn permanente collectie op een comfortabele manier te tonen. Daarom laat AG Vespa, het gemeentebedrijf dat zich bekommert om het Antwerpse vastgoed, er ongeveer 800 m² extra publieke ruimte realiseren. Het MoMu wil in 2021 opnieuw zijn deuren openen.

Het MoMu moet na de restauratie opnieuw een publieke trekpleister worden. (Beeld: Bert Meeus nv)

 

Het oorspronkelijke gebouw dateert uit 1893. Omstreeks 1900 huisvestte het op de begane grond de herenmodezaak New England en op de verdiepingen het Hôtel Central. De architect, Ernest Dieltiëns, drukte in die tijd zijn stempel op Antwerpen. Ook het Zuiderpershuis en de Sint-Norbertuskerk aan de Dageraadplaats zijn van zijn hand.

Modenatie

Na de Eerste Wereldoorlog nam de Société d’Electricité de l’Escaut, de voorloper van het huidige ENGIE, er zijn intrek en liet het ingrijpende verbouwingen uitvoeren. Omstreeks 1970 vestigde zich een beschermde werkplaats in het gebouw, wat opnieuw leidde tot verbouwingen. De komst van het Flanders Fashion Institute, in 1997, knoopte niet alleen aan bij het oorspronkelijk gebruik en de concentratie van modewinkels en -bedrijven in de buurt, maar leidde al in 2000-2002 tot een renovatie en verbouwing tot ‘ModeNatie’, om er onder meer het Modemuseum en de Modeacademie in onder te brengen. Het interieur werd toen opgebouwd rond een atrium met een opvallende trappenpartij, een ontwerp van Marie-José Van Hee. Die blijven ook bij de huidige restauratie en renovatie behouden.

Het bestaande interieur werd volledig ontmanteld.

 

De inplanting in de Antwerpse modebuurt was een erg geslaagde strategische keuze. De voorganger van het MoMu, het provinciaal textielmuseum, was gevestigd in een kasteeltje in Ranst en had weinig voeling met de toonaangevende Antwerpse ‘school’ van hedendaagse modeontwerpers.

Meer kijkruimte

De bij de renovatie gerealiseerde bijkomende publieke kijkruimte zorgt ervoor dat het MoMu op een totale oppervlakte van circa 2.000 m² simultaan drie verschillende modeverhalen kan brengen. De MoMu-bibliotheek wordt uitgebreid met infrastructuur voor het bestuderen van de studiecollectie van MoMu. Boekenwinkel Copyright blijft ter plaatse. Het museum krijgt ook een polyvalente ruimte met eigen shop en café.

De verbouwing verliep gefaseerd. Tijdens de werken bleven enkele verhuurbare ruimtes in gebruik. “Niet alleen Copyright bookshop én restaurant Renaissance moesten openblijven tijdens de werken, want tot april 2019 was dat ook het geval voor kledingwinkel Renaissance”, verklaart Stijn Van den Wijngaert, projectleider bij hoofdaannemer Artes Roegiers. “Daarna hebben we die locatie omgevormd tot een extra expositiezaal en een polyvalente ruimte met ongeveer dezelfde omvang. Deze polyvalente ruimte kan gebruikt worden bij allerhande events.” In het depotgebouw is eveneens een auditorium met uitschuifbare
tribune ingericht in functie van voordrachten en conferenties.

Artes Roegiers pakte eerst de draagstructuur aan. “Sommige betonnen draagbalken vertoonden beginnende sporen van betonrot. We hebben de wapening behandeld met een aangepast product en er daarna een herstellaag op aangebracht.” In de achtergevel plaatste de aannemer op de begane grond nieuwe, stalen vliesgevels. “We hebben ook een groot deel van het bestaande buitenschrijnwerk vernieuwd”, vult Van den Wijngaert aan.

Nieuwe indeling met behulp van metselwerk en gipskarton.

 

Nieuwste technische snufjes

Voorts ontmantelde Artes Roegiers het interieur van de bestaande expositiezaal op de eerste verdieping en verschillende ruimtes op de andere verdiepingen. Gipskartonwanden en nieuw binnenschrijnwerk gaven vorm aan een nieuwe indeling. “Tegelijk konden we de zalen in technisch opzicht opwaarderen naar de eenentwintigste eeuw. Zo brachten we HDMI-kabels aan en andere snufjes die bij de eerdere renovatie, begin deze eeuw, nog niet voorhanden waren. Het gros van deze snufjes moet bijdragen tot de belichting van de stukken die het MoMu zal exposeren of moet helpen om bepaalde accenten te leggen.” De nieuwe vloeren en plafonds zullen vooral de akoestiek verbeteren.

“Bij het opfrissen van de depotruimtes is er vooral gestreefd naar een verbetering van de energie-efficiëntie en de klimatisatie, zodat de collecties en archieven in de best mogelijke omstandigheden bewaard kunnen blijven voor toekomstige generaties. Op de hoogste verdiepingen, waar de Modeacademie gevestigd is, bestonden de ingrepen voornamelijk uit een verse schilderbeurt en het plaatsen van nieuwe linoleumvloeren.”