Tagarchief: Abscis Architecten

Signalisatie voor architecten: nuttig of irrelevant?

Lees het gehele artikel

Het is een van de vele vragen die aan bod kwam in de enquête die architectura.be en Redactiebureau Palindroom uitwerkten rond communicatie van en naar architecten. In dit artikel nemen we de verrassende resultaten onder de loep, inclusief een getuigenis van het Gentse bureau Abscis Architecten. 

Anno 2021 blijken werfborden en -doeken, banners en andere soorten ‘buitenreclame’ nog steeds de belangrijkste vorm van offlinepubliciteit te zijn in het Vlaamse architectuurwezen. 57 % van de architecten maakt er gebruik van. Een meerderheid dus, al kunnen we de rollen natuurlijk ook omkeren en vaststellen dat meer dan 40 % niet (meer) inzet op deze vorm van reclame, die nagenoeg gratis is en toch veel visibiliteit genereert. Het is een fenomeen dat je ook ziet als je langs Vlaamse bouwwerven loopt: aannemers en onderaannemers laten aan de hand van werfborden weten dat ze actief zijn op de werf, maar naar de namen van de betrokken architecten en studiebureaus is het vaak gissen.

Verrassende vaststellingen

Opvallend is dat het percentage architecten dat buitenreclame gebruikt in hun communicatie omgekeerd evenredig is met de leeftijd. Lees: hoe jonger de architecten, hoe groter de kans dat ze werfborden hangen of andere vormen van buitenreclame toepassen. Een vaststelling die ingaat tegen het intuïtieve aanvoelen dat ‘digital natives’ steeds vaker hun neus ophalen voor klassieke ‘offlinetoepassingen’. Bij architecten die geboren zijn in 1980 of later bedraagt dat cijfer 72 %, bij de oudste generatie slechts 44 %. Ook de regionale verschillen zijn vrij uitgesproken. In Limburg zijn werfborden van architecten het best ingeburgerd met 74%, maar in Vlaams-Brabant bedraagt dat cijfer slechts 44%. Het is eveneens merkwaardig dat buitenreclame meer toegepast wordt door architecten die hoofdzakelijk actief zijn in de woningbouw (60 %). Bij architecten die actief zijn in de utiliteitsbouw ligt dat cijfer iets lager (51 %). Dat sluit aan bij de resultaten met betrekking tot de grootte van de bureaus. Het is zeker niet zo dat het gebruik groeit naarmate de grootte van het bureau toeneemt. Bureaus met meer dan vijftig medewerkers (50 %) gebruiken niet meer buitenreclame dan eenmansbureaus (60 %).    

Van links naar rechts: Abscis-vennoten Soffie Eggermont, Pieter De Smet en Arthur Van Cauwenberghe. (Beeld: Tini Cleemput)

Belangrijke publiciteitstool

Conclusie: zien en gezien worden is en blijft belangrijk, zowel online als in de ‘echte wereld’. Dat blijkt ook uit de bijbehorende testimonial van Abscis Architecten in het whitebook van Redactiebureau Palindroom. “We streven ernaar om ons bureau kenbaar te maken via de projecten die we realiseren. Werfdoeken en -borden passen het best binnen deze filosofie”, geeft het Gentse bureau aan. “Als architecten hebben we het voordeel dat het product van onze arbeid meestal erg zichtbaar is. Het maakt deel uit van de publieke ruimte en is het best te beoordelen vanuit een ruimtelijke dimensie en in de context waarin het gebouwd wordt. We merken echter dat het steeds minder evident is om tussen de publiciteit van alle verschillende bouwpartners nog een zichtbare plek voor onze werfdoeken te vinden, want het is de aannemer die de werf inricht. Desondanks blijft klassieke signalisatie een belangrijke publiciteitstool voor ons.”    

Het Gentse bureau Abscis Architecten maakt dankbaar gebruik van werfdoeken en -borden om de nodige visibiliteit te genereren.

Exclusief whitebook
Dit artikel is een fragment uit het whitebook dat Redactiebureau Palindroom op 1 december 2020 publiceerde, waarin de resultaten van een enquête waarin zowel de eigen communicatie van architecten (website, social media, fotografie,….) als de communicatie naar architecten (vakbladen, websites, beurzen,…) onder de loep genomen worden. Er werden ook vragen gesteld rond de visie op en ervaring met labels, circulair bouwen en BIM. Geïnteresseerd in dit whitebook? Stuur dan een e-mail naar info@architectura.be of download het whitebook gratis via whitepaper.architectura.be

Herbestemming wordt geslaagd landmark

Birdeye – Landbergh – Gabari kopiëren
Lees het gehele artikel

De verouderde Villa Neerleie maakte er immers plaats voor een indrukwekkend appartementencomplex dat wonen in de stad een nieuwe invulling geeft. Met vier verschillende gevels en een spel van hoogtes creëerden de architecten een gebouw dat perfect past op een site die als scharnierpunt en stadspoort fungeert. 

Aan elke zijde grenst het terrein aan openbaar domein dat telkens een totaal ander uitzicht heeft.

Het Kongoplein is befaamd vanwege de ligging aan een grote rotonde met een mooie fontein. De site vormt niet alleen het eindpunt van een belangrijke invalsweg naar het stadscentrum. Ze slaat ook de brug tussen het Schipdonkkanaal en de rest van Deinze. “Aan elke zijde grenst het terrein aan openbaar domein dat telkens een totaal ander uitzicht heeft”, vertelt Arthur Van Cauwenberghe, partner bij Abscis Architecten. “Het was dan ook een intrigerende opdracht om het plaatje visueel te laten kloppen. We kozen voor een getrapt volume om in te spelen op de nabijgelegen context. Aan de rotonde telt het complex vijf niveaus, die telkens met een bouwlaag worden afgebouwd tot één enkel gelijkvloers ter hoogte van het Kongoplein. Dit was ook de ideale formule om een intieme binnentuin te creëren en via deze weg nog meer natuurlijke lichtinval in de appartementen te genereren.”   

De betonstructuur is afgewerkt met grote natuursteenplaten in een lichte tint en brons geanodiseerd aluminium schrijnwerk.

Vier verschillende gevels

Behalve qua hoogte variëren de gevels ook qua uitzicht. Aan de zijde van de rotonde werden twee commerciële ruimtes ingericht. De oostgevel kreeg een geslotener karakter om de inkijk in de aanpalende tuinen te beperken. “Aan de kant van het kanaal bestaat de gevel volledig uit grote terrassen”, aldus Arthur Van Cauwenberghe. “Op die manier kunnen de bewoners volop van het mooie panorama genieten. Om de privacy te waarborgen, zijn alle terrassen van elkaar gescheiden door een vaste constructie met buitenberging. Al deze ontwerpkeuzes lopen vloeiend in elkaar over dankzij de gekozen materialen. Aan de buitenkant werd de betonstructuur afgewerkt met grote natuursteenplaten in een lichte tint en brons geanodiseerd aluminiumschrijnwerk. De gevels van de binnentuin hebben een plint in natuursteen en zijn verder afgewerkt met gladde witte bepleistering.” 

De gevels van de binnentuin hebben een plint in natuursteen en zijn verder afgewerkt met gladde witte bepleistering.

Geen gasaansluiting nodig

Residentie Villa Neerleie heeft een benutbare oppervlakte van 4.165 m² en omvat 27 appartementen, twee handelsruimtes, twee fietsbergingen en een ondergrondse parking voor 29 wagens. Met een E-peil van maximaal 20 mag het zich een uitgesproken BEN-gebouw noemen. “Het ontwerp leent zich uitstekend tot het binnentrekken van daglicht”, vertelt Arthur Van Cauwenberghe. “Dankzij gerichte passieve warmtewinsten en beperkte warmteverliezen via de buitenschil en ventilatie kan de geringe resterende warmtevraag voor sanitair warm water en verwarming fossielvrij worden opgewekt met behulp van individuele lucht-luchtwarmtepompen. Deze worden bovendien grotendeels gevoed door de PV-panelen op het dak.”

Aan de kant van het kanaal bestaat de gevel volledig uit grote terrassen.

Geslaagd BIM-testproject

Residentie Villa Neerleie is een project dat Vandenbussche uit Aalter met trots aan zijn referentielijst toevoegt. “We hebben nogmaals kunnen bewijzen dat we ook in moeilijke omstandigheden een complex gebouw vakkundig en kwalitatief kunnen realiseren”, vertelt Koen Van Impe, directeur projecten van het klasse 8-aannemersbedrijf. “Het was een grote uitdaging om te werken op een site die volledig door de openbare weg is omringd en geen enkele
opslagmogelijkheid bood. Daarom hebben we veel tijd gestoken in coördinatie en transportplanning. Ook omdat er in Residentie Villa Neerleie veel verschillende materialen zijn gebruikt. De combinatie van de verschillende gevelmaterialen vereiste een verhoogde aandacht voor de vochtkeringen. Dat dit voor Vandenbussche bovendien een pilootproject was om BIM te gebruiken, maakte de situatie er niet eenvoudiger op. Toch was Residentie Villa Neerleie net daarom een erg interessante leerschool. Onze ervaringen met BIM vielen trouwens dermate goed mee dat we deze oplossing intussen al op meer dan 40 % van onze werven toepassen.”    

Aan de zijde van de rotonde werden twee commerciële ruimtes ingericht.

Ramen Dedecker – Buitenschrijnwerk, vouwluiken, vlakke gevelbekleding en dagkanten

Residentie Villa Neerleie kreeg flink wat extra cachet dankzij het fraaie aluminium schrijnwerk van Ramen Dedecker. Het bedrijf uit Hooglede kijkt dan ook met veel voldoening terug op dit project. “Het is een bijzonder mooi referentieproject geworden”, vertelt zaakvoerder Nicolas Dedecker. “We konden er demonstreren waarvoor onze firma staat: kwalitatief, innovatief en functioneel maatwerk dat gebouwen een esthetische meerwaarde oplevert. Dat we niet terugdeinzen voor een uitdaging, was in dit project een grote troef. Zo werden de vouwluiken ontwikkeld als zonwering. Deze werden bekleed met steen om de gevel visueel te laten doorlopen wanneer de luiken dicht zijn. We moesten dus een innovatief concept uitdokteren, met speciaal beslag om het gewicht te kunnen dragen. Verder produceerden en plaatsen we alle ramen en buitendeuren, die samen een oppervlakte van bijna 1.000 m² beslaan. Traditiegetrouw werkten we hiervoor met het kwalitatieve profielmerk Schüco. Tot slot realiseerden we ook alle vlakke gevelbekleding en dagkanten in bronskleurig aluminium.”

TECHNISCHE FICHE

Bouwheer Arean (Gent)
Architect Abscis Architecten (Gent)
Hoofdaannemer(s) Vandenbussche NV (Aalter)

Theresianenklooster | Aalst – Idyllisch wonen in en rond een klooster

Lees het gehele artikel

Wonen in een klooster? Het kan sinds kort in Aalst, want het vroegere Theresianenklooster is omgevormd tot een meergezinswoning. Tegelijkertijd werden er in de kloostertuin drie nieuwbouwvolumes gerealiseerd en maakte de minder kwalitatieve bebouwing aan de straatzijde plaats voor een hedendaagse invulling.

Theresianenklooster

De gevel van het vernieuwde kloostercomplex bestaat uit rode recuperatiesteen en verwijst zo naar het initiële uiterlijk.

 

De site van het Theresianenklooster is al eeuwenlang een oase van rust in het drukke Aalsterse stadscentrum. Helaas had de tand des tijds ferm toegeslagen. “Het was absoluut noodzakelijk om actie te ondernemen, opdat de waardevolle site zou blijven bestaan”, vertelt Sofie Eggermont van Abscis Architecten. “Zabra Real Estate kreeg de nodige vergunningen om er een volledig nieuwe stadswijk van te maken. Er waren wel enkele voorwaarden: respect voor het culturele erfgoed, een beperkte bouwhoogte en behoud van het groene karakter. Dankzij een uitgekiend ontwerp slaagden we erin om 45 woonentiteiten te verenigen in een concept dat een esthetische brug slaat tussen oud en nieuw, tussen bruisend karakter en rustgevende omgeving, tussen wonen in het stadscentrum en wonen in het groen.”

Theresianenklooster

Herwaardering van straatbeeld
In het klooster zelf zijn veertien appartementen ondergebracht. Het aanpalende voorhuis is beschermd en zoveel mogelijk in het geheel geïntegreerd. De kapel is ingenomen door een lokale vzw, die er een publiek toegankelijke stilteplek van gemaakt heeft. Aan de straatkant zijn een nieuw volume met negen appartementen en een rijwoning gebouwd. Deze laatste vormt de overgang tussen de kapel en de bestaande bebouwing. “We kozen voor een grijze massieve gevelsteen met een spel van kroonlijsten dat is overgenomen van de aanpalende woningen”, vertelt Sofie Eggermont. “Op die manier kreeg het verhakkelde straatbeeld een harmonische herwaardering. Het inkomgeheel van de kloostertuin creëert bovendien licht en ruimte in de nauwe straat.”

Theresianenklooster

De nieuwe gebouwen treden in dialoog met het kloostervolume, zij het zonder de relatie met de oude ommuring en het aanwezige groen te verliezen.

 

Link met verleden
Ook bij de reconversie van het kloostercomplex tot woongelegenheid is rekening gehouden met het bestaande karakter van de site. “De gevel bestaat uit rode recuperatiesteen en verwijst zo naar het initiële uiterlijk”, legt Sofie Eggermont uit. “De combinatie van deze karaktervolle gevelsteen en de strakke verticale openingen wordt geaccentueerd via een doorlopende betonnen dorpel. De terugspringende raamopeningen beschaduwen de raamvlakken en geven de gevels een zekere ingetogenheid, waarmee we meteen ook een mooie link met het verleden hebben gelegd.”

In dialoog met klooster
Voor de inplanting van de drie nieuwe woonblokken met twintig entiteiten streefde Abscis Architecten naar een logisch en geïntegreerd concept. “De nieuwe volumes zijn parallel met de (soms schuine) tuinmuren geplaatst en rond de twee bestaande majestueuze bomen geschakeld”, aldus Sofie Eggermont. “Op die manier treden ze in dialoog met het kloostervolume, zij het zonder de relatie met de oude ommuring en het aanwezige groen te verliezen. Deze inplanting maakt het eveneens mogelijk om interessante tussenruimtes te creëren. De drie woonblokken zijn opgetrokken in grijs metselwerk. Het dynamische spel van de raamopeningen wordt hier en daar geaccentueerd met alu gold. De volumes kenmerken zich door inpandige terrassen en een hellende dakvorm, waardoor de bovenverdiepingen unieke appartementen met uitzonderlijke ruimtes herbergen. Tot slot is de site uitgerust met een ondergrondse parking voor 59 wagens, die de gebouwen met elkaar verbindt.”